Ik loop al twee weken nogal geagiteerd rond. (En dan ben ik heel voorzichtig in mijn bewoording.) Ziek zijn, pech hebben, minder studenten in de les dan gehoopt, moeilijke voorbereiding, meningsverschillen, stroeve vergadering… allemaal zaken die bijdragen aan mijn geagiteerd zijn. Waarom is het toch dat je net op die momenten het meest geconfronteerd wordt met jezelf? Het lijkt bijna niet eerlijk. Je loopt al prikkelbaar rond, maar dat je jezelf tegenkomt, maakt het nog een stukje erger.
Laat nu net dat het mooie ervan zijn: dat je jezelf tegenkomt. Ik heb deze weken weer heel duidelijk mezelf gezien en ik weet weer heel goed wat mijn werkpunten zijn. Maar ik mocht tegelijk ook ervaren dat er groei in zit. Tijdens een vergadering deze middag was ik bijvoorbeeld nogal kort tegen mijn broer. Vroeger zou het lang geduurd hebben voor ik besefte dat ik daar fout in was en nog langer eer ik dat aan hem zou toegeven. Vanmiddag heb ik dat halverwege de vergadering al gedaan en het was een opluchting. Het verdere verloop van de vergadering ging dan ook wat vlotter.
Ook hij kampt trouwens met redelijk wat tegenslag. Laat werken, workshops die niet op papier willen komen… en een printer die een eigen wil heeft. Ik zei hem via msn: “Tegenslag is een teken dat je goed bezig bent.” Het leek me erg grappig om dat met een kapotte printer uit te printen en op te hangen. Ik kan me voorstellen dat het snel een glimlach op je gezicht tovert, hoe het ook tegensteekt. We zijn er trouwens beiden mee akkoord. Als alles in je leven te vanzelfsprekend gaat, dan is er meestal iets te weinig. Ik merk in mijn eigen leven dat hoe meer ik met Gods werk bezig ben, hoe meer strijd ik ervaar. Dat kunnen zonden zijn waar ik het moeilijker dan ooit mee heb, dat kan zich uiten in te weinig tijd met God of in omstandigheden die tegensteken. Maar het is me duidelijk, werken voor Gods koninkrijk gaat met strijd en tegenstand gepaard.
Eigenlijk zou iedereen het moeten uitprinten – liefst met een slechte printer – en duidelijk uithangen: “Tegenslag is een teken dat je goed bezig bent.”
Zondag ontmoette ik iemand en op zijn facebook stond dit leuke filmpje. Het filmpje erna is het vervolg erop. Heel erg leuk hoe dansen zo’n positieve invloed kan hebben op je gemoed. Slechte dag vandaag? Gewoon even glimlachend dit filmpje bekijken. Ga ook zeker even kijken naar “Where the hell is Matt?” en lees “About Matt” eens. Bijzonder.
Wij zijn als christenen de ambassadeurs van Jezus. Wij geven het goede voorbeeld. Wij laten zien wie Jezus was en is. Wij brengen mensen in contact met God door ons hele leven.
Of tenminste, zo zou het moeten. Ik word er een beetje boos van dat ik overal in Vlaanderen hoor van kerkscheuringen, ruzies, twisten, geschillen, roddel, nijd… onder christenen.
Ik kwam een tijd geleden in een kerk die in het midden van een scheuring zat. De spanning was er gewoon te snijden. Midden in de door twist verdeelde kerk (mensen stonden letterlijk in kleine groepjes) stond een grote groep jongeren. Zij gaven het voorbeeld. Zij lachten met elkaar, zelfs al waren ze niet allemaal gelijk en dachten ze ook niet allemaal hetzelfde.
In veel kerken zijn mensen heel bezorgd om het feit dat veel jonge mensen de kerken verlaten. Ik ken er zelf ook wel een aantal van. Ik heb nog met geen enkele gesproken die echt ontgoocheld is in God of hem zware verwijten maakt. Het gaat bijna in alle gevallen om ontgoocheling in de kerkgangers.
Ons christenzijn zou moeten gekenmerkt worden door liefde. Liefde voor God en liefde voor onze medemens. Als we daar zelfs niet eens in de kerk al in slagen, hoe willen we dat dan buiten de kerk doen? Hoe willen wij Jezus verkondigen als ons handelen in strijd is met zijn boodschap?
Dat is gewoon niet mogelijk. Het is nodig dat wij ons hierover bezinnen en dat we onze kar keren. Ons eigenbelang, onze onderhuidse ergernissen moeten we leren opzij schuiven ten bate van Jezus’ voorbeeld. En we moeten ze leren uitspreken. “Alles met de mantel der liefde bedekken” is een uitdrukking die te snel gebruikt wordt. Liefde is niet hetzelfde als doen alsof er niets gebeurd is. Integendeel, liefde vraagt een actieve ingesteldheid. Liefde is de wil om ondanks bepaalde negatieve gevoelens toch het beste voor je medemens te willen doen.
Ik geef toe, ook ik schiet hierin vaak tekort. Ik hoop dat ik hierin mag groeien. Ik hoop dat ik dat samen met jou, de lezer, mag doen.
Ik wou dat ik nog niet van “slot” moest spreken, maar dat kan helaas niet anders. Vorige week donderdagnacht is ze in haar slaap overleden. De kanker heeft de strijd gewonnen.
Of niet? Binnen onze families wordt niet echt veel over geloof gesproken. Enkel ons gezin is expliciet christelijk. Of de anderen dat zijn? Ik kan niet in hen kijken en ik kan (gelukkig) ook geen oordeel over hen uitspreken.
De laatste persoon die tante Loulou wakker gezien heeft, is mijn zus. Ze heeft die dag grote stukken tekst uit de Dag Allemaal voorgelezen (wijselijk bepaalde teksten over sterren die aan kanker waren overleden overslaand). En ergens in het midden van dat alles heeft ze gevraagd aan tante Loulou of ze voor haar mocht bidden. Of het iets uitgehaald heeft en wat precies? Geen idee.
Maar klinkt het gek dat het oplucht dat dit gebeurd is?
Ik kreeg de volgende vragen van een vriend en collega van me:
Maar doe je niet een beetje aan gave-projectie? Veronderstellen dat waar jij goed in bent, iets is waar anderen ook goed in moeten zijn? Is het echt waar dat een ‘pastor’, voorganger, Bijbelleraar best zelf eerst de passage waarover hij of zij preekt uit de grondtaal zou vertalen? Moeten zij echt vlot zijn in Hebreeuws en Grieks (Aramees nog even buiten beschouwing gelaten)?
Eerst en vooral, ik ga akkoord met de bezorgdheid die door deze vraag geuit wordt, namelijk dat maar een heel select groepje aan het werk zou kunnen met preken. Het is niet omdat mijn Grieks en Hebreeuws redelijk zijn, dat mijn preken daarom automatisch beter zijn dan iemand die de talen niet beheerst. Ik heb zelf bijvoorbeeld vaak problemen om praktische linken te maken in mijn preken.
Aan de andere kant… er worden op basis van een bepaalde Bijbelvertaling soms conclusies getrokken die te voorbarig zijn. Ik heb ooit iemand horen beweren dat de Nieuwe Bijbelvertaling een slechte vertaling was. De argumenten waren dat het lievelingsvers van die persoon zijn kracht en betekenis had verloren. Dat is op zich geen argument om iets een slechte vertaling te noemen. Ik heb ook al preken gehoord over het onderscheid tussen het Griekse agapé en filio, twee termen die liefde uitdrukken. Aan het onderscheid tussen die twee termen worden dan zulke zware theologische implicaties vastgebonden, terwijl het nog maar de vraag is of die twee werkelijk zo eenvoudig te onderscheiden zijn.
Ik ben zelf geneigd om op te passen bij het maken van conclusies op basis van het Griek of het Hebreeuws, en mijn basiskennis is redelijk. Ik hoop dat een bescheiden houding iets is wat elke spreker zich ontwikkelt. De bezorgde vriend stelt volgens mij dan ook terecht: “is een grondige inleiding in Grieks en Hebreeuws dan niet ruim voldoende voor het merendeel onder ‘ons’?”
Dit roept echter ook vragen op. Wat is bijvoorbeeld een grondige inleiding? De meeste sprekers in Vlaanderen hebben helemaal geen inleiding gehad. Ik ben zelf jarenlang ook zo iemand geweest. Waren mijn preken dan minder goed? Ik denk van wel. Maar of de verbetering noodzakelijk met mijn studie van Hebreeuws en Grieks te maken heeft, dat zou ik niet durven beweren. Het heeft ook te maken met het feit dat ik de waarde van goede commentaren heb leren begrijpen, de waarde van gebed, de waarde van didactiek…
Misschien is dit dan een waardevol besluit met betrekking tot spreken: Als je tevreden bent met het niveau van preken dat je nu haalt, dan ben je niet goed bezig. Je moet altijd willen meer uit je preken halen dan op dit moment het geval is. Enkel als je zelf ook wilt groeien in je kwaliteiten als spreker, zul je dat kunnen.
Even voor de duidelijkheid, ik vertaal ook niet iedere dag een stukje Hebreeuws zoals Van Pelt voorstelde in het filmpje. En ik blijf zijn uitspraak prachtig vinden: het bestuderen van de Bijbelse talen is een daad van aanbidding. Maar laten we daarin niet overdrijven: het is is een daad van aanbidding, niet dé daad van aanbidding. Er zijn verschillende manieren om God eer te geven en ik denk dat het citaat van Van Pelt net laat zien dat we daarin ruim mogen denken (dus niet enkel liedjes zingen maakt God groot).
Ter afsluiting: wat vinden jullie? Waarom zou een spreker van Gods Woord wel/niet een basiskennis van Grieks en Hebreeuws moeten hebben? Wat is een basiskennis?
Een tijd geleden blogde ik over de inerrancy of onfeilbaarheid van de Bijbel (klik HIER). De auteur van het boek dat ik toen citeerde, laat opnieuw zijn passie voor de Bijbelse talen zien in het onderstaande filmpje.
Vrijdag had ik mijn eindexamen Hebreeuws en – naar ik vermoed – zal ik mooi geslaagd zijn. Dat is echter een cruciaal moment, want veel mensen stoppen na het behalen van hun Graecum of Hebraecum (eindexamen Grieks en Hebreeuws) zo goed als volledig met de talen. Ik wil er echter mee bezig blijven. Het moet een automatisme worden om telkens als ik preek de tekst ook zelf eens te vertalen. Waarom zou je dat doen? De Bijbel is toch al zo vaak vertaald. Wel, bepaalde zaken laten zich heel moeilijk vertalen. Soms wordt er veel duidelijk als je de grondtaal bestudeerd. Het gaat uiteindelijk om het woord van God. Ik vind het dan ook heel mooi dat Van Pelt in het filmpje zegt:
It’s not an academic exercise. For me, Biblical languages study is an act of worship.
Nieuw bericht, nieuwe lay-out… en nieuwe job. Het nieuwe bericht lezen jullie, de nieuwe lay-out zien jullie normaal gezien en de nieuwe job, wel ja, daar ga ik vlug even wat over schrijven. Vanaf 1 september ga ik aan de slag bij Ichtus Vlaanderen, een christelijke studentenorganisatie. Ik moet zeggen dat ik heel enthousiast ben over de job. “Eens vind je de job van je leven.” Wel, Job heeft waarschijnlijk die job gevonden (of die job heeft Job gevonden).
Werken met studenten. Samen nadenken over geloof, cultuur, maatschappij, Bijbel… hoe leuk kan het worden. Oh, het zal best wel af en toe een heel zware job zijn. Maar dat neemt niet weg dat het boeiend en leuk kan zijn. Wat mijn job precies zal zijn, dat zullen jullie gaandeweg wel te weten komen, samen met mij. Ik weet natuurlijk al ongeveer wat ik ga doen, maar het lijkt me een beetje gek om er al veel over te bloggen voor ik me goed en wel heb ingewerkt (iets wat toch wel even zal duren).
Jullie mogen gerust bidden voor het werk van Ichtus en ook voor het werk dat ik erin zal doen.
(Ik blijf trouwens ook voor de ETF werken; vanaf volgend academiejaar: 30% coördinator lerarenopleiding ETF, 20% projectleider Marcus bij Ichtus en 50% theologiestudent. Eerste gebedspunt: een goede indeling van mijn verschillende taken.)
Soms kom je van die situaties tegen dat andere mensen – christenen of niet – je een streepje God laten zien. Gisteren was opnieuw zo’n situatie. Heel wat oudere mensen zijn nogal xenofoob (om maar niet te zeggen: racistisch). Tante Loulou ligt voor de eerste keer in haar leven in het ziekenhuis. Ze is bang van ziekenhuizen, ze vindt het verschrikkelijke plekken.
Maar dat kan haar niet klein krijgen. Ze blijft vriendelijk zijn tegen de mensen. Een van haar dokter heet Hussein. Je raadt het al: hij is geen Belg. Maar tante Loulou noemt hem “menne moat” (mijn vriend). Dr. Hussein introduceert zichzelf intussen al zelf als “uwe maat” wanneer hij haar kamer binnenkomt. Haar vriendelijkheid werkt aanstekelijk. Verplegers en verpleegster springen nog even haar kamer binnen voor ze naar huis vertrekken. Ze vertellen haar wanneer ze terug komen werken en wanneer ze hen zal zien.
Voor het geval je dat niet wist, dat hoort niet bij het verplichte takenpakket van een verpleger. Het is boeiend om te zien dat het haar niet veel kost. Vriendelijk zijn is vanzelfsprekend. Net zoals niet teveel klagen. Ik vind het nogal fascinerend. Oh ja, ze heeft het moeilijk met haar ziekte. Weten dat je binnenkort gaat sterven, lijkt me niet vanzelfsprekend. En ja, ze klaagt wel af en toe eens over de pijn en over het naderende einde. Dat mag wel eens in haar situatie. Maar niet teveel, dat hoort zo niet, zie ik haar zo zeggen.
Klagen en onvriendelijk zijn gaat me soms veel te gemakkelijk af. Terwijl dat niet doen niet eens zoveel moeilijker is. En geef toe, uiteindelijk is het ook veel leuker. In de eerste plaats voor de mensen om je heen, maar minstens evenveel voor jezelf. Andere mensen gaan vriendelijker doen en gewoon als door positief in het leven te staan, ben je zelf ook veel opgewekter. Ik kan wel nog wat leren. Niet in het minst van mensen die terminale kanker blijken te hebben…
Ik weet het, het klinkt heel fout, “tante Loulou”, maar anders heb ik het nooit geweten. Tante Loulou is mijn groottante. Dat betekent dat ze de zus van mijn overleden oma is. Tante Loulou is een alleenstaande pittige dame van iets in de zeventig jaar. Ze had haar eigen kruidenierszaak in Zwevezele en is in het hele dorp bekend. Zij is misschien diegene die het beste de “suikertante” benadert. Als we naar haar gingen (vaak met Nieuwjaar) dan was het feest: snoep en ander lekker. En op de verjaardagen een leuk zakcentje.
Tante Loulou is nooit ziek geweest, haar hele leven niet. Tot nu, ze ligt nu twee weken in het ziekenhuis, terminale longkanker. De vierde van de vijf kinderen die aan kanker zal sterven. Ik heb haar vandaag opnieuw gezien na een paar jaar. Toen is ze er namelijk mee opgehouden de nieuwjaarsfeesten te organiseren. Dat was een beetje de doodsteek voor het weinige contact dat we al met die familie hebben.
Ik voelde me schuldig. Ik kom zelden nog in West-Vlaanderen en dan ben ik meestal blij dat ik eens gewoon bij mijn ouders ben. Maar toch zit ik dan vaak mijn tijd te verdoen aan iets zo vergankelijk als tv. Ik zou mijn tijd beter spenderen aan de onvergankelijke vergankelijkheid van de mens.
Het was dubbel vandaag, dat bezoek. Aan de ene kant was ze heel blij om me te zien en ik ook haar nog eens te zien. Aan de andere kant ervoer ik mijn aanwezigheid als bedreigend voor haar: als zelfs Job nog eens op bezoek komt, dan moet het wel erg zijn.
Ik heb nog veel te leren van het voorbeeld van Jezus. Jezus nam ook wel tijd voor zichzelf, maar tegelijk zie je dat hij zo vaak bewogen was. Hij gaf om de mensen die hij ontmoette en nam tijd voor hen. Dat doe ik nog veel te weinig. Ik heb best wel een druk leven, maar ik zou gerust wat meer tijd kunnen maken voor echt belangrijke zaken. En ik hoop dat dit niet enkel bij een blogpost blijft. Ik moet nog op een uitgesteld geboortebezoek, ik moet dringend mijn beste vrienden nog eens op zoeken, ik moet nog eens bij mijn opa langs. Het besef is er, nu nog de praktijk.