CULTUURSHOCK

Het is héél rustig geweest op deze blog. Te rustig eigenlijk. Dat heeft alles te maken met het feit dat ik onlangs een nieuwe website heb opgezet samen met een vriend van me. De tijd ontbreekt me om nog veel andere dingen te schrijven, maar op CULTUURSHOCK.net kun je wel heel wat van me (blijven) lezen. Allen daarheen dus.

Klik HIER voor mijn artikels.

Vertaling zonder verklaring?

Een nieuwe paper die online staat, is een exegesetaak over Kolossenzen 3:21 (“Vaders, vit niet op uw kinderen, want dat maakt ze moedeloos” [NBV], “Vaders, prikkelt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.” [NBG]). Dit lijkt op het eerste zicht een eenvoudig vers. In heel wat commentaren wordt heel snel over dit vers gegaan.

Het boeiende is dat de werkwoorden in dit vers (“vitten/prikkelen”, en “moedeloos worden/maken”) wel vertaald worden, maar dat bitter weinig commentaren een verklaring voor die vertaling geven. De betekenis van de werkwoorden blijft onduidelijk. Wat betekent “prikkelen” in dit vers? Je moet eerst weten wat dit betekent om het vervolgens niet te doen.

Je kunt de paper vinden onder STUDIES of meteen HIER lezen.

Kortetermijn zendingsreizen: Een kritische bespreking

Het was al lang geleden dat ik nog eens wat nieuwe papers online had geplaatst. Daar is nu verandering in gekomen. De eerste paper die ik online heb geplaatst, is een kritische bespreking van Short-term Mission Trips.

In heel veel kerken, jeugdgroepen, zendingsorganisaties … is  het “hip” om een korte zendingsreis te maken, bij voorkeur naar een erg arm land. De vraag is echter of de lokale organisaties en mensen daar werkelijk mee geholpen zijn. Bijna alle geraadpleegde literatuur geeft aan dat degene die er het meeste baat bij heeft de “zendelingen” zelf zijn.

Andere punten van kritiek zijn dat er te snel over “zending” gesproken wordt – terwijl de trips eerder op toerisme lijken, dat het geld voor zo’n trip beter kan gebruikt worden … Ik wil meteen al zeggen dat ik niet compleet tegenstander ben van korte zendingsreizen. Ik wil wel een kritische kijk geven op het hele concept in de hoop dat dit “veredelde toerisme” als dusdanig erkend wordt.

De paper staat onder STUDIES en kun je HIER lezen. Bijna in elke context waarin ik over dit onderwerp heb gesproken, laaien de gemoederen hoog op. Ik ben benieuwd of hier ook een discussie op volgt. Ik wil wel vragen om eerst de paper te lezen en zo ietwat beslagen op het ijs te komen vooraleer je kritiek geeft op deze post.

(En in de paper heb ik het trouwens niet eens over de ecologische belasting die dergelijke uitstappen met zich mee brengen: met het vliegtuig reizen is niet goed voor het milieu.)

Over de protestantse muren kijken (2)

Onlangs had ik het over een open houding hebben tegenover andere protestantse tradities. Een voorbeeld dat we in de klas bespraken, is dat van James K.A. Smith. In zijn boek The Devil Reads Derrida – een verzameling van allemaal korte essays, waarvan er heel wat op het internet te vinden zijn – staat een stukje dat “Teaching a Calvinist to Dance” heet.

Smith geeft les in Calvin College en is dus “Reformed” of calvinist (in Nederland zijn er heel wat meer nuances tussen gereformeerd en reformatorisch). In dit korte essay probeert hij te laten zien hoe de charismatische beweging het calvinisme kan verdiepen en nieuw leven in blazen. Het artikel is HIER te lezen.

Hij heeft het onder andere over het feit dat calvinisten geloven in de goedheid van de schepping. Dit betekent volgens Smith dat het dus niet enkel draait om de geest van mensen, maar om de hele mens. Het gevolg daarvan is dat we bij het aanbidden van God niet enkel onze geest zouden moeten gebruiken (Smith spreekt heel beeldend over “brains-on-a-stick”), maar ons hele lichaam.

Een klasgenoot merkte terecht op dat het Smith te eenzijdig focust op de goedheid van de schepping en dat dus moeilijk calvinistische theologie te noemen is. Een terechte opmerking. Smith doet dit mijns inziens enerzijds om wat te provoceren en zijn collega’s en studenten aan het denken te zetten (bijna alle essays in The Devil Reads Derrida hebben provocerende titels en inhoud), maar anderzijds kan dit argument ook uitgebreid worden naar een standpunt dat vertrekt vanuit de zondeval.

Zelfs al erken je dat de mensen volledig verdorven is door de zonde – wat ik ook erken – dan nog is dat geen reden om onze aanbidding als hersenen-op-een-stokje te maken. Dat zou namelijk lijken te impliceren dat enkel ons lichaam verdorven is en niet onze geest. Ook wat dit betreft kunnen we leren van de charismatische stroming. Aanbidding houdt in dat we als volledige mens voor God komen: in onze tekortkomingen, maar wel volledig en dus ook lichamelijk.

Een paar jaar geleden heb ik over de non-verbale taal van gebed een artikel gepubliceerd in Bode. Dat kun je HIER nalezen. Ook in mijn hoofdstuk “Over het lijf geschreven” in Je bent jong en je wilt God ga ik dieper in op het belang van lichamelijkheid in ons christenzijn. Beide stukken heb ik meer dan drie jaar geschreven en het laat zien dat lichamelijkheid in de christelijke traditie een onderwerp is dat me al lang bezighoudt. Ik ben blij dat mensen als Smith dit op een nog veel betere en diepgaandere manier dan ikzelf kunnen verwoorden. Ik hoop dat jullie ervan kunnen genieten.

Over de protestantse muren kijken (1)

Op dit moment volg ik het vak Protestant Theological Systems. Daarin bespreken we de belangrijkste stromingen binnen de protestantse traditie (lutheranen, wederdopers – of anabaptsiten -, gereformeerden, anglicanen, baptisten, wesleyanen, dispensationalisten en pinksterchristenen).

Ik vind het boeiend om bezig te zijn met dit onderwerp. Het helpt me om me meer bewust te worden van mijn eigen theologische identiteit, maar ook van het spectrum waarin ik me bevind.Wat heel erg gepromoot wordt in de klas is een “generous” attitude naar andere tradities toe. Dit betekent dat we uitgedaagd worden om – zonder daarbij onze eigen achtergrond/identiteit te verliezen – open te staan voor de verschillende insteken.

Ik weet dat heel veel jonge mensen vandaag eerder denken: “Wat maakt het ook uit? Ik ben gewoon christen!” Hoewel ik hiermee akkoord ben tot op zekere hoogte en ook begrijp vanwaar deze reactie komt (heel vaak een afzetten tegen een superieure houding van oudere generaties over de eigen opvattingen), denk ik tegelijk dat dit niet altijd zinvol is. Sowieso kom je in contact met andere achtergronden en net door een bewustwording van je eigen achtergrond kun je een meer oprechte dialoog voeren. Zonder die achtergrond is een open houding veel moeilijker.

Laat me een voorbeeld geven. Het is heel moeilijk over geloofsdoop (vaak foutief “volwasssendoop” genoemd, alsof kinderen geen geloof kunnen hebben) en verbondsdoop (“babydoop”) te discussiëren, als je niet begrijpt dat de visie op de doop tussen beide opvatting héél erg uiteenloopt. “Babydopers” zien de doop voornamelijk als een opname in het verbond van God (een vervulling* – en dus ook uitbreiding want meisjes worden gedoopt – van de oudtestamentische besnijdenis). Als je als geloofsdoper reageert tegen het feit dat een baby nog niet zelf kan kiezen, dan geef je een argument waarmee de verbondsdopers het helemaal eens zullen zijn, maar voor hen is dat geen argument om niet te dopen. Pas als je die verschillende achtergrond begrijpt, dan kun je een goede discussie hierover voeren. Ik ben zelf nog altijd een voorstander van de geloofsdoop, maar ik begrijp intussen wel waarom de verbondsdoop ook vaak wordt toegepast.

Een volgende keer wil ik het hebben over een specifiek voorbeeld van James K.A. Smith die zijn best doet om als gereformeerde gelovige bijleert van de charismatische beweging.

___________

* Oorspronkelijk stond er “vervanging”, maar dat is aangepast door de opmerking van Kees hieronder. (Waarvoor dank.)

Je bent jong en je wilt God

Meer dan drie jaar geleden sprak ik met Raymond Hausoul over het feit dat er in het Nederlands taalgebied zo weinig boekjes zijn die thema’s die jongeren bezig houden, grondig aanpakken. Uit dat gesprek kwam het plan om een aantal van die thema’s te bespreken of te laten bespreken door auteurs die we zelf goed vonden.

Drie jaar later ligt “Je bent jong en je wilt God” in de winkel. Het is een werk van lange adem geweest, maar we hopen dat dit boekje jongeren, studenten en jongerenwerkers mag inspireren, motiveren en uitdagen om in hun geloof te groeien. Hopelijk ben jij een van hen.

De gegevens van het boek: Hausoul, Raymond R., en Job Thomas, red. Je bent jong en je wilt God: Laat je inspireren. Heerenveen: Medema, 2010.

Het boek is te verkrijgen in zowat elke boekhandel (of online te bestellen).

De inhoud:

  • Voorwoord – Willem J. Ouweneel
  • Inleiding – Job Thomas en Raymond R. Hausoul
  • Deel 1 – Je bent jong en je leeft met God
    • 1. Bestemming: God (Je bent jong en je zoekt een weg naar God) – Karel Strobbe
    • 2. Leven in het koninkrijk van God – (ont)spannend! (Je bent jong en je zoekt Gods koninkrijk) – Jelle Creemers
    • 3. Assistenten van de Meester (Je bent jong en je dient God) – Raymond R. Hausoul
    • 4. Stilte uit de hemel (Je bent jong en je verlangt naar antwoord op je gebed) – Raymond R. Hausoul
  • Deel 2 – Je bent jong en je leeft met anderen
    • 5. Alles bewaren: Mondje dicht? (Je bent jong en je wilt je tong beheersen) – Levi Verstraeten
    • 6. Over het lijf geschreven (Je bent jong en je hebt je lichaam) – Job Thomas
    • 7. Seks, wat bedoel je? (Je bent jong en je wilt hem of haar) – Dominique Gosewisch
    • 8. Kleur verkennen (Je bent jong en je ontmoet mensen van andere culturen) – Job Thomas
  • Deel 3 – Je bent jong en je leeft in de schepping
    • 9. Tussen Kunst en Kerk (Je bent jong en je houdt van kunst) – Tom De Craene
    • 10. Wie weet is verantwoordelijk (Je bent jong en je houdt van Gods schepping) – Evelien Borgonjon
    • 11. Vooruit naar de toekomst (Je bent jong en je zoekt een levensvisie) – Raymond R. Hausoul
  • Literatuurlijst
  • Personalia

Upside Down(syndroom)

Mijn vader werkt met mensen met een verstandelijke beperking. Al zolang als ik me kan herinneren, kwamen thuis af en toe zulke mensen over de vloer en heb ik hen dus soms in mijn omgeving gehad. Met andere woorden, ik voel me niet echt ongemakkelijk wanneer ik in de buurt kom van iemand met het Downsyndroom. Meer nog, ik vind het soms wel amusant dat andere mensen zich zo ongemakkelijk voelen, terwijl het uiteindelijk helemaal niet zo bijzonder is om eens een gesprekje te voeren.

De Nederlandse omroep EO heeft sinds kort het programma Upside Down, een beetje Benidorm Bastards, maar dan met mensen met een verstandelijke beperking. Tegenover de oudjes van Benidorm Bastards weten mensen soms al niet goed te reageren, maar tegenover mensen met Down staan de gefopten vaak met de mond vol tanden.

Het programma maakt op grappig wijze duidelijk dat je met mensen met Down normaal kunt omgaan. Mooi initiatief.

http://player.omroep.nl?aflID=11360225

Op Goedgelovig loopt een discussie over de ethische verantwoording van dit alles (hoe kan het ook anders: op Goedgelovig wordt over alles gediscussieerd), maar ik vind de insteek daar niet helemaal terecht. Het lijkt me redelijk duidelijk dat hier net niet de draak gestoken wordt met mensen met Down.

De dierenartsassistent in het filmpje bijvoorbeeld laat achteraf duidelijk zien dat hij heel goed weet dat de dingen die hij tegen de gefopten zei fout waren. Upside Down laat door het uitvergroten net zien dat het helemaal niet nodig is om zo krampachtig te reageren tegenover mensen met een beperking. Ik vond het programma dus eigenlijk best wel respectvol en vooral de reacties van de mensen héél herkenbaar.

Media-analyse

Op de Formación, de zomerconferentie van Ichtus Vlaanderen, kregen we dit jaar een workshop media-analyse. Het is een tijdje stil geweest op mijn blog en het feit dat ik met dit onderwerp opnieuw begin – en een paar maanden geleden met een gelijkaardig onderwerp afsloot – laat zien hoe belangrijk ik dit wel vind.

In onze hedendaagse cultuur worden we dagelijks (of eerder: uurlijks) met allerhande media geconfronteerd die een bepaalde handeling bij ons proberen teweeg te brengen. Dan gaat het niet enkel over de reclamesector, maar over alle vormen van audiovisuele media. Spijtig genoeg analyseren wij media soms heel weinig en daardoor hebben we potentiële beïnvloeding niet onder controle.

In Desiring the Kingdom van James K.A. Smith, waar ik vroeger ook al iets over zei, omschrijft Smith de mens als een liturgisch wezen – een wezen dat door liefde gedreven wordt. In het derde hoofdstuk van het boek roept hij op om meer aan cultuuranalyse te doen en het liturgische karakter van heel wat ‘seculiere’ instellingen te (h)erkennen. Hij laat zien dat het winkelcentrum, het sportstadion, en zelfs de universiteitscampus in de eerste plaats plaatsen van liturgie zijn: plaatsen die tot doel hebben onze liefde(s) aan te wakkeren en te kanaliseren.

Terugkijkend op media van 70 jaar oud zien we onmiddellijk hoe manipulatief media kunnen zijn. Kijk maar even naar dit oorlogspropagandafilmpje van Walt Disney (!). Het contrast tussen “Walt Disney” en “The Story of One of Hitler’s Children” is gigantisch, en de typische stijl die we van Walt Disney kennen doet vreemd aan in een dergelijke harde setting. De vertrouwdheid van de beelden in combinatie met het rauwe thema lokt precies uit wat dit moet uitlokken: een wrang gevoel.

Onze eerste neiging is te denken dat dit gewoon “iets van de vorige eeuw” was. Ik vraag me echter af waar men over 70 jaar met een glimlach zal naar terugkijken: “Hoe naïef waren die mensen het begin van deze eeuw niet zat ze zich daardoor lieten vangen?”

Ik sluit opnieuw aan bij James K.A. Smith: een bewustwording van dit alles dient niet te resulteren in een cultuurfobie zoals wel eens bij christenen vast te stellen. Het betekent wel bewust omgaan met de cultuur en waar nodig contracultureel zijn: niet in de betekenis van weglopen van de cultuur, maar van cultuurtransformatie.

Kunst en Kerk (deel 4)

Gisteren las ik het korte boekje van Gene Edwards A Tale of Three Kings: A Study in Brokenness. Het leunde op een aantal vlakken aan bij onderwerpen waar ik de laatste tijd mee bezig ben. Ten eerste het onderwerp: het gaat over leiderschap – maar dan over dienend leiderschap. Leiderschap dat niet ten dienste staat van mijn eigen persoon, maar van de mensen om me heen. Ik heb er nog veel over te leren en het boekje sprak me erg aan.

Ten tweede de reden waarom het boekje me zo aansprak: het narratieve karakter. Edwards herschrijft in dit boek het verhaal van Saul en David en dat van David en Absalom. In het eerste deel lezen we hoe David ondanks de brute reacties van Saul ervoor kiest om zich neer te leggen bij de situatie. In het tweede deel zijn de rollen omgekeerd. David is nu zelf koning, maar zijn zoon Absalom reageert niet zoals zijn vader dat destijds deed: hij rebelleert. In plaats van zijn recht als koning op te eisen, laat David ook deze bedreiging over zich heen komen.

Ik vond het een zeer goed boek. Edwards heeft een leuke stijl en hij spreekt tot de verbeelding en zo ook tot het hart. Op voorhand vond ik het heel boeiend dat de ondertitel “een studie” bevatte. Net omdat het geen Bijbelstudie is zoals wij die vaak gewoon zijn, maar een verhaal. Een aanrader.

Kunst en Kerk (deel 3)

De zaterdag net nadat ik de vorige twee delen had geschreven, was ik op een trouw waar een vriend van me de preek gaf. Heel beeldend maakte hij het punt dat ik hiervoor heb willen maken:

Het is niet mijn bedoeling om deze psalm in detail te ontleden, dan zou ik hem alleen maar onrecht aandoen – een beetje zoals je een prachtige bloem zou dissecteren in de hoop haar schoonheid te achterhalen. Ik wil wel hier en daar op een verrassend mooi bloemblaadje wijzen, zodat we nog beter van haar schoonheid kunnen genieten.

Wouter Biesbrouck

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.