Media-analyse

Op de Formación, de zomerconferentie van Ichtus Vlaanderen, kregen we dit jaar een workshop media-analyse. Het is een tijdje stil geweest op mijn blog en het feit dat ik met dit onderwerp opnieuw begin – en een paar maanden geleden met een gelijkaardig onderwerp afsloot – laat zien hoe belangrijk ik dit wel vind.

In onze hedendaagse cultuur worden we dagelijks (of eerder: uurlijks) met allerhande media geconfronteerd die een bepaalde handeling bij ons proberen teweeg te brengen. Dan gaat het niet enkel over de reclamesector, maar over alle vormen van audiovisuele media. Spijtig genoeg analyseren wij media soms heel weinig en daardoor hebben we potentiële beïnvloeding niet onder controle.

In Desiring the Kingdom van James K.A. Smith, waar ik vroeger ook al iets over zei, omschrijft Smith de mens als een liturgisch wezen – een wezen dat door liefde gedreven wordt. In het derde hoofdstuk van het boek roept hij op om meer aan cultuuranalyse te doen en het liturgische karakter van heel wat ‘seculiere’ instellingen te (h)erkennen. Hij laat zien dat het winkelcentrum, het sportstadion, en zelfs de universiteitscampus in de eerste plaats plaatsen van liturgie zijn: plaatsen die tot doel hebben onze liefde(s) aan te wakkeren en te kanaliseren.

Terugkijkend op media van 70 jaar oud zien we onmiddellijk hoe manipulatief media kunnen zijn. Kijk maar even naar dit oorlogspropagandafilmpje van Walt Disney (!). Het contrast tussen “Walt Disney” en “The Story of One of Hitler’s Children” is gigantisch, en de typische stijl die we van Walt Disney kennen doet vreemd aan in een dergelijke harde setting. De vertrouwdheid van de beelden in combinatie met het rauwe thema lokt precies uit wat dit moet uitlokken: een wrang gevoel.

Onze eerste neiging is te denken dat dit gewoon “iets van de vorige eeuw” was. Ik vraag me echter af waar men over 70 jaar met een glimlach zal naar terugkijken: “Hoe naïef waren die mensen het begin van deze eeuw niet zat ze zich daardoor lieten vangen?”

Ik sluit opnieuw aan bij James K.A. Smith: een bewustwording van dit alles dient niet te resulteren in een cultuurfobie zoals wel eens bij christenen vast te stellen. Het betekent wel bewust omgaan met de cultuur en waar nodig contracultureel zijn: niet in de betekenis van weglopen van de cultuur, maar van cultuurtransformatie.

Kunst en Kerk (deel 4)

Gisteren las ik het korte boekje van Gene Edwards A Tale of Three Kings: A Study in Brokenness. Het leunde op een aantal vlakken aan bij onderwerpen waar ik de laatste tijd mee bezig ben. Ten eerste het onderwerp: het gaat over leiderschap – maar dan over dienend leiderschap. Leiderschap dat niet ten dienste staat van mijn eigen persoon, maar van de mensen om me heen. Ik heb er nog veel over te leren en het boekje sprak me erg aan.

Ten tweede de reden waarom het boekje me zo aansprak: het narratieve karakter. Edwards herschrijft in dit boek het verhaal van Saul en David en dat van David en Absalom. In het eerste deel lezen we hoe David ondanks de brute reacties van Saul ervoor kiest om zich neer te leggen bij de situatie. In het tweede deel zijn de rollen omgekeerd. David is nu zelf koning, maar zijn zoon Absalom reageert niet zoals zijn vader dat destijds deed: hij rebelleert. In plaats van zijn recht als koning op te eisen, laat David ook deze bedreiging over zich heen komen.

Ik vond het een zeer goed boek. Edwards heeft een leuke stijl en hij spreekt tot de verbeelding en zo ook tot het hart. Op voorhand vond ik het heel boeiend dat de ondertitel “een studie” bevatte. Net omdat het geen Bijbelstudie is zoals wij die vaak gewoon zijn, maar een verhaal. Een aanrader.

Kunst en Kerk (deel 3)

De zaterdag net nadat ik de vorige twee delen had geschreven, was ik op een trouw waar een vriend van me de preek gaf. Heel beeldend maakte hij het punt dat ik hiervoor heb willen maken:

Het is niet mijn bedoeling om deze psalm in detail te ontleden, dan zou ik hem alleen maar onrecht aandoen – een beetje zoals je een prachtige bloem zou dissecteren in de hoop haar schoonheid te achterhalen. Ik wil wel hier en daar op een verrassend mooi bloemblaadje wijzen, zodat we nog beter van haar schoonheid kunnen genieten.

Wouter Biesbrouck

Kunst en Kerk (deel 2)

Wat is nu de directe aanleiding voor mijn opnieuw geconfronteerd worden met het gebrek aan esthetiek in de kerk? Wel, als ik heel eerlijk ben: het zien van God in schoonheid heb ik zélden in de kerk.

Een paar dagen geleden was ik Marcus 14:32-42 aan het lezen – volgens mij een van de mooiste en meest intensieve gedeeltes van het Marcusevangelie, terwijl op de achtergrond Hollow Crown van Architects speelde. Ik weet dat het liedje over iets helemaal anders gaat, maar de muziek van dit prachtige nummer, samen met de vaak herhaalde zin in het lied: “There must be an easier way” en Jezus’ persoonlijke woorden: het leek allemaal samen te komen. Ik ben telkens onder de indruk van het Bijbelgedeelte, maar wanneer iemand het in een preek uitlegt, ben ik dat niet per se meer. Nee, ik ben meer aangeraakt wanneer het verhaal voor zichzelf kan spreken en de contextfactoren het verhaal net versterkt in plaats van het uit elkaar te trekken.

Ik ben meer onder de indruk van het sterven van Aslan in The Lion, The Witch and The Wardrobe dan wanneer iemand mij het evangelie cognitief uitlegt. Ik word sneller stil wanneer ik het gebed van August Burns Red in Redemption hoor, dan wanneer ik het zondagmorgen tien Opwekkingsliedjes zing. Als ik mag kiezen tussen een preek over “komt, allen die vermoeid en belast zijt” of de interpretatie van Thrice van dit vers, dan kies ik onmiddellijk voor het prachtige Come All You Weary, dat me nooit onberoerd laat en dat me meer laat voelen wat die rust bij God betekent dan gelijk welke verbale uitleg.

Maar niet enkel over “theologische” vraagstukken, maar ook over pastorale vraagstukken hebben esthetische antwoorden vaak meer te zeggen. Het donkere Crumbs for the Murder van Destroy The Runner heeft me meer getroost dan de woorden van mensen om me heen toen ik onverwacht alleen kwam te staan, niet omdat de tekst zei dat het wel goed zou komen, maar net omdat de tekst en heel het lied schreeuwt om een uitweg en er in de laatste strofe enkel een klein spoor van hoop komt te kijken … dat maakt het zoveel echter dan wat woorden (al ben ik ervan overtuigd dat die goedbedoeld waren).

Wat met ethische vraagstukken? Nadenken over euthanasie krijgt een heel andere dimensie bij Clint Eastwoords Million Dollar Baby. Multiculturaliteit laat je niet onberoerd na het bekijken van Crash. Of hoe kun je ooit tevreden zijn met enkel wat pedagogische weetjes en geen innerlijke drijfveer na het zien van Le Fils van de gebroeders Dardenne.

Ik heb bij al deze en zoveel meer cultuurproducten gemerkt dat ze vaak veel transformatiever zijn dan het beperkte scala dat in onze kerken aan bod komt. Mijn leven wordt veranderd omdat ik in films, boeken, muziek Gods opdracht herken, een hernieuwde opdracht, een uitdaging. Zoals ik de vorige keer al zei, Jezus gebruikt vaak zelf verhalen en beelden, maar ook de profeten doen het constant, de psalmisten ook, net als de Prediker. Misschien moeten we eens kijken naar wat onze rijke traditie te bieden heeft en ons afvragen hoe we dat vandaag kunnen gebruiken.

Niet om emotioneel geprikkeld te worden, maar om getransformeerd te worden – veranderd te worden naar het beeld van Jezus Christus.

Kunst en Kerk (deel 1)

Gisterenavond (of eigenlijk vannacht) werd ik er opnieuw mee geconfronteerd: onze christelijke beleving is heel vaak eenzijdig en weinig gevarieerd. Wat er de directe aanleiding voor was, vertel ik op een ander moment wel weer.

Waarom zeg ik zoiets? Eerst en vooral door het lezen van boeken. Ik ben er de laatste tijd meermaals op gewezen: de mens is in eerste instantie een “liturgisch” wezen. Dat wil zeggen dat wij in de eerste plaats bezig zijn met de dingen waarvan we houden, we willen onszelf inzetten die zaken. James K.A. Smith doet dat prachtig in zijn Desiring the Kingdom. Hij wijst er bijvoorbeeld op dat de reclamewereld vaak veel beter doorheeft dan de kerken hoe de mens in elkaar zit.

Daarnaast ben ik op dit moment bezig met een aantal boeken over de Oosters-Orthodoxe Kerk. Daar heb ik uiteraard ook heel wat kritiek op, maar tegelijk merk ik dat de Oosterse Kerk veel meer dan de Westerse (en dan zeker de Protestantse) Kerk plaats biedt aan het esthetische.

Schoonheid krijgt in onze kerken soms zo weinig ruimte. Beeld en muziek zijn ondergeschikt aan de preek. Opwekkingsliedjes zijn vaak eentonig qua muziek en qua tekst (en de schuld daarvan ligt in de verste verte niet alleen bij Stichting Opwekking, maar ook bij de selectie van de leiders). PowerPoint-achtergronden zijn pure kitch en ronduit lelijk, het niveau van de muziek is ondermaats omdat er niet gerepeteerd wordt, de inrichting van de zaal is goedkoop … Ik weet het, een heel negatief en donker beeld. Gelukkig ken ik ook heel wat tegenvoorbeelden, maar laten we ook eerlijk zijn: wij evangicalen hebben nog veel te leren over esthetiek in een dienst.

Daarom hou ik ervan om eens rond te wandelen in een Anglicaanse kerk, een Rooms-Katholieke kerk of een Oosters-Orthodoxe kerk. Niet omdat ik denk dat zij “betere” christenen zijn, maar wel omdat ze meer aandacht hebben voor schoonheid in de kerk, veel meer dan wij.

James K.A. Smith merkt in zijn boek op dat we in onze kerken het als een probleem ervaren dat er bijvoorbeeld een pornoficatie in de maatschappij is. Een terechte angst, vindt hij, maar wat doen we ermee? We gaan erover spreken … en laat dat net nu niet zijn waar het probleem zich afspeelt. Mensen weten heus wel dat hun ongezonde lust niet goed is, het is niet op een cognitief niveau dat het probleem zit. Laat dus in de kerk meer ruimte voor video, beeld, muziek, drama, woordkunst (Jezus vertelde vaker esthetische verhalen – parabels – dan hij preken gaf).

Hij zag “hun” geloof

Op de KringleidersInstructieKonferentie (kortweg de KIK) van IFES Nederland eind september 2009 kwam het gedeelte van de lamme door het dak aan bod (Marcus 2:1-12). Daar viel me vooral vers 5 op en sindsdien heeft het me al heel vaak aan het denken gezet (o.a. in de gesprekken met Ichtusstudenten over dit vers): “Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’”

De vier mannen én de lamme
Het opvallende is dat het onderwerp van de vorige zin “de vier mannen” is. Taalkundig lijkt dit op het eerste zicht te suggereren dat Jezus de zonden van de lamme vergeeft bij het zien van de zonden van de vier mannen. De theologische implicaties hiervan zouden dan zijn dat het geloof van een mens voldoende zou zijn voor de vergeving van de zonden van zijn naaste.

Ik ga niet akkoord met de Expositor’s Bible Commentary waarin Walter W. Wessel er zomaar van uitgaat dat de lamme er “vanzelfsprekend” bij moet gerekend worden (Calvijn was trouwens ook van die mening). Dat zou de kwestie meteen oplossen, maar ik vraag me af of het wel zo eenvoudig ligt.

Toen hij hun geloof zag
In het Grieks staat een participium (aorist). Hoewel het participium in een bijwoordelijk gebruik op een aantal verschillende manieren kan vertaald worden, lijken mij twee opties de moeite waard om rekening mee te houden: een participium van tijd of een participium van oorzaak.

In het eerste geval vertaal je met “Toen Jezus hun geloof zag, …” In dat geval is het niet zo’n probleem. Dan geeft het zien van hun geloof enkel aan dat dit het moment was waarna Jezus de lamme vergaf. Het is enkel een bepaling van tijd. De Nieuwe Bijbelvertaling kiest voor die optie: “Bij het zien van hun geloof.”

Omdat hij hun geloof zag
De meeste commentaren maken echter de beslissing om er een oorzakelijk verband in te zien, namelijk “doordat/omdat” Jezus hun geloof zag, vergaf hij de lamme. De volgende vraag die moet gesteld worden, is wat dan precies verstaan wordt onder “geloof.” In dat geval zijn er meerdere benaderingen mogelijk, maar aangezien ik de laatste tijd vooral bezig ben met narratieve kritiek, een poging tot een narratieve benadering.

Jacob van Bruggen geeft in zijn Commentaar op het Nieuwe Testament de heel belangrijke opmerking dat de mannen de lamme niet naar Jezus brachten voor vergeving. Ze brachten hem naar Jezus voor genezing (in 2:5 vergeeft Jezus voor het eerst, dus die verwachting leefde nog niet bij de menigte).

Verder zien we dat geloof een belangrijke context is voor het doen van wonderen. In Mc6:5-6 lezen we dat Jezus geen wonderen kon doen door het ongeloof van de mensen uit zijn thuisstad. In het eerste deel van Marcus 1-8:27 ligt de nadruk heel erg op het geloof dat mensen in Jezus hebben.

Conclusie
Wat betekent dit dan? Vier mannen komen tot bij Jezus. Hij ziet hun verwachting, namelijk dat Jezus de lamme man zal genezen. Jezus beslist om op basis van dat vertrouwen dat geloof niet meteen te genezen, maar een volgende stap in zijn goddelijke kracht te laten zien: de macht om te vergeven. Herinner dat Johannes in 1:4 de mensen had opgeroepen om tot inkeer te komen om vergeving van zonden te verkrijgen (van Bruggen, 1988:67). Dit kon Johannes niet geven, hij kon enkel oproepen tot inkeer.

Nadat Jezus in Mc1 wonderlijke zaken gedaan heeft, is het moment aangebroken om genezing te schenken. Jezus laat zien dat het krijgen van genezing genade is. “Hij die er het minst voor heeft kunnen doen (de verlamde die niet eens naar Jezus kon lópen), krijgt er het eerst deel van. Vanuit deze gezichtshoek heeft het geen zin te vragen welke verdienstelijkheid het geloof van de ene mens kan hebben voor de anderen” (van Bruggen, 1988:67).

Met die laatste uitspraak ben ik het niet helemaal eens. Het komen tot Jezus laat het geloof van de mannen zien. Omdat ze naar Jezus komen met een bepaalde verwachting en dus “geloven”, besluit Jezus vergeving te schenken aan de lamme. Niet op basis van zijn eigen prestaties, noch op die van de mannen, maar toch ingeleid door de mannen. Het is een bepaalde houding tot Jezus die hem doet besluiten tot deze actie over te gaan. Die houding uit zich in het gedrag dat ze stellen: de lamme tot bij Jezus dragen (zie Robert A. Guelich,Word Biblical Commentary 34a, 1989:85).

Begrip van de Bijbel

Whoever, then, thinks that he understands the Holy Scriptures, or any part of them, but puts such an interpretation upon them as does not tend to build up this twofold love of God and our neighbour, does not yet understand them as he ought.

Augustinus, De Doctrina Christiana 1.40 (vertaling op CCEL).

Worstelen met je geloof

Writer’s Block

Het stoort hem als moeilijke woorden de weg naar zijn (bureau)blad vinden terwijl hij dingen probeert uit te drukken die eigenlijk zo gemakkelijk, zo eenvoudig, zo helder aanvoelen. Het beginnen schrijven en een poging doen die zaken – laten we ze maar emoties noemen – neer te pennen ontaardt al gauw in een steeds verder afdwalen van de weg die hij voor ogen had, het doel dat hij wou nastreven; zijn emoties – laten we die zaken zo maar noemen – vatten, vangen.

Niet zomaar. Dit schrijven heeft een hoger doel. Het is op zich waardevol – maar zoals opnieuw blijft hoegenaamd onmogelijk – dergelijke zaken of emoties op papier of in een tekstdocument te plaatsen, maar dan nog blijft die onzekerheid, dat onbegrip over wat ze nu eigenlijk betekenen. En op zo’n moment – dat leerde zijn ervaring hem tenminste – kan het zinvol zijn emoties (hoe noem je dergelijke zaken anders) neer te schrijven; gewoon om zijn gedachten te ordenen en zo verbanden te zien.

Helaas deed hij – zo beseft hij – die ervaring op toen alles nog echt simpel was; niet enkel hoe de emoties aanvoelden, maar ook hoe ze te vatten en te begrijpen waren. En dan begint het natuurlijk. Hij is zelfs met dit besef niet tevreden en vraagt zich zelfs af of alles toen echt simpel was. Misschien … nee, waarschijnlijk zelfs was hij het gewoon die simpel was. Hij begreep er toen ook al niets van, begrijpt hij achteraf. Alles is hetzelfde, alleen hij is complexer geworden.

Een antwoordelijke gemeenschap

Voor het vak Postmodernism and Theological Hermeneutics schreef ik vorig semester een paper met daarin een review van The Fall of Interpretation (James K.A. Smith), The Next Reformation (Carl Raschke) en Theological Hermeneutics (Alexander S. Jensen). Ik sluit af met een poging tot integratie en uitbreiding van een belangrijk gemeenschappelijk punt: hun waardering voor intersubjectiviteit bij interpretatie.

Heel kort door de bocht samengevat: objectiviteit bij interpretatie bestaat niet (objectiviteit bestaat überhaupt niet), maar subjectiviteit of nog erger: relativiteit lijkt ook geen goed alternatief. De oplossing daarvoor is een intersubjectiviteit. Tussen God en mens, maar ook tussen mensen onderling. Klik HIER om de paper te lezen. (Of ga naar STUDIES.)

Op basis van deze paper heb ik in Ichtus Gent en Ichtus Kortrijk een lezing gegeven over de Kerk als antwoordelijke gemeenschap. Klik HIER om de PowerPoint van die lezing te bekijken.